Stel je voor: je staat aan de start van een trail van 4 uur.
▶Inhoudsopgave
De eerste 45 minuten voelt je lichaam als een raceauto. Maar dan, ergens rond kilometer 20, begint het te kraken. Je benen worden zwaar, je hoofd begint te spinnen en plotseling voel je je alsof je door modder rent. Klinkt herkenbaar? De kans is groot dat het niet aan je conditie ligt — maar aan je voeding.
Een trail van 3 tot 5 uur zit in een lastig sweet spot. Het is te lang om zonder te eten de finish te halen, maar te kort om het alsof een volledige fuellingstrategie voor een ultra nodig is.
Toch zien wij steeds hardlopers de start zonder plan, en dat is zonde.
Want met de juiste aanpak voel je je sterker, sneller en vooral: leuker op de trail. Laten we het hebben over wat écht werkt.
Waarom je zonder plan de boel verpest
Je lichaad heeft een beperkte voorraad glycogeen — de brandstof in je spieren en lever. Bij een intensiteit van 60 tot 75 procent van je maximale inspanning raakt die voorraad binnen de 90 minuten op. En dan?
Dan leef je van je vetvoorraad, die veel langzamer wordt omgezet in energie. Het gevolg: je trapt op een lege tank. Maar hier komt het leuke: je lichaam kan tijdens het rennen energie verwerken.
Je hoeft niet alles vooraf op te eten. Je moet gewoon slim zijn over wanneer, wat en hoeveel je binnenkrijgt.
En dat is precies waar de meeste mensen het fout doen.
De basis: wat je de dag ervoor doet, telt mee
Begin niet pas aan je voedingsplan op de startlijn. De avond ervoor maak je het fundament.
Een maaltijd rijk aan complexe koolhydraten — denk aan volkoren pasta, rijst of quinoa — geeft je lichaam de kans om de glycogeenvoorraad aan te vullen. Reken op ongeveer 7 tot 10 gram koolhydraten per kilogram lichaamsgewicht op die dag. Voor iemand van 70 kilo betekent dat tussen de 490 en 700 gram koolhydraten.
Dat klinkt veel, maar als je dat verdeelt over drie maaltijden en twee tot drie tussendozetjes, is het goed te doen.
En hier een tip die veel mensen overslaan: houd het avondeten relatief licht en goed verteerbaar. Geen zware saus, geen enorme portie. Je wil niet 's nachts met een volle maag liggen wapperen.
Ontbijt: de echt belangrijkste maaltijd van de dag
Twee tot drie uur voor de start eet je een degelijk ontbijt. Reken op 1 tot 2 gram koolhydraten per kilogram lichaamsgewicht.
Voor die 70-kilo persoon is dat 70 tot 140 gram. Havermout met banaan en een beetje honing, een broodje met pindakaas en jam, of een rijstmaaltijd met wat fruit — het hoeft niet ingewikkeld te zijn.
Wat wél belangrijk is: test dit ontbijt tijdens je trainingen. Een trailrun is niet het moment om nieuwe dingen uit te proberen. Je maag reageert anders onder inspanning, en wat rustig op de bank goed valt, kan op de berg flink door je systeem spelen.
Een halfuur voor de start mag je nog een kleine snack — een rijstwafel met wat honing of een paar slokjes een sportdrink. Niet meer. Je wil niet met een volle maag de eindeloze klim oppakken. Leer hier hoe je sportgels en energierepen gebruikt tijdens je tocht.
Onderweg: de gouden regel van 60 gram per uur
Dit is het moment waarop het echt begint. Vanaf het eerste uur van je run moet je koolhydraten binnenkrijgen.
De wetenschap is hier duidelijk over: je lichaam kan maximaal 60 gram koolhydraten per uur verwerken uit één bron — bijvoorbeeld alleen glucose.
Maar als je een combinatie van glucose en fructose gebruikt (de zogenaamde dual-source-methode), kun je tot 90 gram per uur verwerken. Dat is een game changer voor trails van 3 tot 5 uur. Merken als SiS, Maurten, Precision Fuel en Nutrition en Skratch Labs maken gels en dranken die precies op deze ratio zijn samengesteld.
- Uur 1: 30 gram koolhydraten (bijvoorbeeld 1 gel of 500 ml sportdrink)
- Uur 2: 40 gram koolhydraten (1 gel + wat drinken)
- Uur 3: 40 gram koolhydraten (1 gel of een paar datjes)
- Uur 4: 30 gram koolhydraten (drinken met koolhydraten)
Een goede strategie: elk halfuur een kleine hoeveelheid binnenkrijgen. Dus niet ineens een hele gel, maar een paar slokken drinken of een halve gel per keer.
Zo houd je je bloedsuiker stabiel en voorkomen die energiedalen. Praktisch voorbeeld voor een 4-uur run: Dat komt neer op ongeveer 140 gram koolhydraten onderweg. Combineer dat met wat je al binnenkrijgt via je ontbijt, en je lichaam heeft voldoende brandstof om krachtig door te gaan.
Wat eten naast drinken en gels?
Gels en dranken zijn handig, maar na twee uur wil je soms echt iets anders. En terecht.
Vast voedsel voelt fijn en geeft je lichaam ook eiwitten en vetten die langzaam energie leveren. Goede opties op de trail: Rijstkoekjes of onigiri — klein, makkelijk te verteren, en vol koolhydraten. Veel Japanse hardlopers zworen bij onigiri, en daar is iets voor te zeggen. Datjes — simpel, compact, en ze bevatten natuurlijke suikers plus magnesium en kalium. Bananen — als ze op het tappunt niet te zacht zijn, zijn ze perfect. Broodje met pindakaas — ja, echt waar.
De combinatie van koolhydraten, vet en eiwit werkt wonderen na de tweede uur. Let op: houd vast voedsel voor het tweede deel van je run. In het eerste uur is je maag nog gevoelig, en zwaar eten kan klachten geven.
Hydratatie: niet te veel, niet te weinig
Water alleen is niet genoeg bij een run van 3 tot 5 uur. Je verliest zouten — natrium, kalium, magnesium — via je zweet, en weten wat je drinkt tijdens een trailrun is essentieel, want alleen water drinken kan je zoutgehalte juist verder verlagen. Dat is gevaarlijk.
Gebruik een sportdrink met elektrolyten, of gooi een zouttablet in je waterflask. Merken als Nuun en Precision Hydration maken goede elektrolyttabletten die je gewoon in je water kunt laten oplossen. Reken op 400 tot 800 ml per uur, afhankelijk van de temperatuur en je persoonlijke zweetverlies.
Een simpele test: weeg jezelf voor en na een trainingsrun (zonder gedrinken).
Het gewichtsverschil geeft je een goed beeld van hoeveel je per uur verliest. Dan weet je precies wat je nodig hebt.
De grootste fout die je kunt maken
Je hebt het al door: niks testen tijdens de training. Je beste voedingsplan is het plan dat je in de praktijk hebt bewezen.
Begin met kleine hoeveelheden, bouw geleidelijk op, en houd bij wat werkt en wat niet. Sommige renners verwerken gemakkelijk gels, anderen krijgen er maagklachten van. Wees niet bang om te experimenteren. En onthoud: het doel is niet om je lichaam te dwingen.
Het doel is om je lichaam te voeden zodat je kunt doen waar je van houdt — genieten van de trail, de natuur, en het gevoel dat je sterker bent dan gisteren. Begin volgende week met één aanpassing.
Misschien is dat je ontbijt, misschien is dat je eerste gel op kilometer 15.
Stap voor stap bouw je een plan dat voor jou werkt. En als je die finish passeert met een glimlach in plaats van een lege tank, weet je: dit was het waard.